Verkeersborden motor
107 borden die belangrijk zijn voor het theorie-examen motor.
Waarschuwingsborden 39
Het wegdek is hier oneffen, met hobbels of kuilen. Verminder je snelheid en houd je stuur stevig vast.
RVV J1
Er komt een gevaarlijke bocht naar rechts. Rem vóór de bocht af, niet in de bocht.
RVV J2
Er komt een gevaarlijke bocht naar links. Rem vóór de bocht af, niet in de bocht.
RVV J3
S-bocht(en), eerst naar rechts
Er komen twee of meer bochten vlak na elkaar, de eerste naar rechts. Pas je snelheid op tijd aan.
RVV J4
Er komen twee of meer bochten vlak na elkaar, de eerste naar links. Pas je snelheid op tijd aan.
RVV J5
Er komt een steile helling omhoog. Schakel op tijd terug zodat je genoeg vermogen hebt.
RVV J6
Er komt een steile afdaling. Houd je snelheid laag, bijvoorbeeld door in een lage versnelling op de motor af te remmen.
RVV J7
Je nadert een gevaarlijk kruispunt. Verminder je snelheid, kijk goed rond en let op wie er voorrang heeft.
RVV J8
Je nadert een rotonde. Verminder op tijd je snelheid en let bij het oprijden op borden en haaientanden voor de voorrang.
RVV J9
Er komt een spoorwegovergang met slagbomen. Stop als de lichten knipperen of de bomen dalen, en rijd het spoor nooit op als je er niet meteen af kunt.
RVV J10
Er komt een spoorwegovergang zonder slagbomen. Verminder je snelheid en kijk en luister goed of er een trein aankomt.
RVV J11
Dit bord staat vlak bij een overweg met één spoor. Een trein heeft altijd voorrang, dus stop als er een trein nadert.
RVV J12
Overweg met twee of meer sporen
Dit bord staat bij een overweg met meerdere sporen. Is er één trein voorbij, dan kan er op een ander spoor nog een aankomen.
RVV J13
Je nadert een plek waar een tram je weg kruist. Een tram kan niet uitwijken en remt slecht, dus let goed op.
RVV J14
Er komt een brug die open kan gaan voor schepen. Let op de lichten en slagbomen en stop als de brug opengaat.
RVV J15
Er wordt aan de weg gewerkt. Verminder je snelheid, volg de tijdelijke gele strepen en borden en let op wegwerkers.
RVV J16
De rijbaan wordt aan beide kanten smaller. Houd rekening met minder ruimte en met tegenliggers.
RVV J17
De rijbaan wordt aan de rechterkant smaller. Voeg op tijd in en geef elkaar ruimte.
RVV J18
De rijbaan wordt aan de linkerkant smaller. Voeg op tijd in en geef elkaar ruimte.
RVV J19
De weg kan hier glad zijn, bijvoorbeeld door regen, bladeren of modder. Rijd rustig en voorkom plotseling remmen of sturen.
RVV J20
Er kunnen hier kinderen zijn, bijvoorbeeld bij een school of speeltuin. Rijd langzaam en reken op onverwacht gedrag.
RVV J21
Er komt een zebrapad. Verminder je snelheid en laat voetgangers die willen oversteken voorgaan.
RVV J22
Er kunnen hier voetgangers op of langs de weg lopen, bijvoorbeeld omdat er geen stoep is. Geef ze genoeg ruimte.
RVV J23
Er kunnen fietsers en bromfietsers oversteken of op de weg rijden. Let extra goed op, vooral waar een fietspad de weg kruist.
RVV J24
Er liggen losse steentjes of grind op de weg. Rijd langzaam, want je kunt slippen en steentjes kunnen opspatten.
RVV J25
De weg loopt naar een kade of oever, vaak zonder hek. Rijd voorzichtig, zeker in het donker of bij glad weer.
RVV J26
Er kunnen hier herten of wilde zwijnen oversteken, vooral bij schemering. Rijd rustig en let op de bermen.
RVV J27
Er kunnen hier koeien, schapen of ander vee op de weg lopen. Verminder je snelheid en passeer de dieren rustig.
RVV J28
Verderop rijdt het verkeer in beide richtingen, bijvoorbeeld na een stuk eenrichtingsweg. Houd rechts en reken op tegenliggers.
RVV J29
Er vliegen hier vliegtuigen laag over, bijvoorbeeld bij een vliegveld. Laat je niet afleiden door het geluid.
RVV J30
Hier kan harde zijwind staan, bijvoorbeeld op een brug of dijk. Houd je stuur stevig vast en geef fietsers en motorrijders extra ruimte.
RVV J31
Er komen verkeerslichten die je misschien pas laat ziet. Wees voorbereid om te stoppen.
RVV J32
Verderop is een ongeluk gebeurd. Rijd langzaam, volg de aanwijzingen van hulpverleners en blijf niet staan kijken.
RVV J34
Slecht zicht door sneeuw, regen of mist
Het zicht kan hier slecht zijn. Verminder je snelheid, houd meer afstand en gebruik de juiste verlichting.
RVV J35
Er kan ijzel of sneeuw op de weg liggen. Rijd heel rustig, rem voorzichtig en houd veel afstand.
RVV J36
Er is een gevaar waarvoor geen apart bord bestaat. Een onderbord vertelt meestal wat er aan de hand is.
RVV J37
Er komt een drempel in de weg. Verminder je snelheid zodat je er rustig overheen gaat.
RVV J38
Waarschuwing voor beweegbare paal (poller)
Verderop staat een paal in de weg die omhoog en omlaag kan gaan. Rijd er alleen langs als het mag, en nooit vlak achter een ander voertuig aan.
RVV J39
Snelheid 5
Je mag niet harder rijden dan de snelheid op het bord. Die grens geldt tot een volgend snelheidsbord of een bord dat het einde aangeeft.
RVV A1
De snelheidsgrens van het eerdere bord stopt hier. Vanaf nu geldt weer de algemene maximumsnelheid die bij deze weg en jouw voertuig hoort.
RVV A2
Maximumsnelheid op een elektronisch signaleringsbord
Het getal boven je rijstrook is de maximumsnelheid die op dat moment geldt, bijvoorbeeld bij file of werk aan de weg. Het is geen advies: je moet je eraan houden.
RVV A3
Dit is de snelheid die veilig is voor dit stuk weg, bijvoorbeeld voor een scherpe bocht. Het is geen verplichting, maar harder rijden is vaak onverstandig.
RVV A4
Het snelheidsadvies van het eerdere bord stopt hier. Pas je snelheid weer aan de gewone maximumsnelheid en de situatie aan.
RVV A5
Voorrang 9
Je rijdt op een voorrangsweg. Verkeer uit zijwegen moet jou voorrang geven, maar blijf letten op bestuurders die dat niet doen.
RVV B1
Hier stopt de voorrangsweg. Op de volgende kruispunten gelden weer de gewone voorrangsregels, dus let op verkeer van rechts.
RVV B2
Je nadert een kruispunt waar jij voorrang hebt op verkeer uit beide zijwegen. Houd toch je voet bij de rem en kijk of anderen je zien.
RVV B3
Voorrangskruispunt, zijweg links
Er komt een zijweg van links. Jij hebt voorrang op het verkeer dat uit die zijweg komt.
RVV B4
Voorrangskruispunt, zijweg rechts
Er komt een zijweg van rechts. Jij hebt voorrang op het verkeer dat uit die zijweg komt.
RVV B5
Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg
Je laat al het verkeer op de weg die je nadert voorgaan, ook fietsers en bromfietsers. Vaak liggen er haaientanden op de weg bij dit bord.
RVV B6
Stop; verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg
Je stopt altijd helemaal bij de stopstreep, ook als de weg vrij lijkt. Daarna laat je al het verkeer op de kruisende weg voorgaan.
RVV B7
Voorrang verlenen aan tegemoetkomend verkeer
Bij een versmalling laat je tegenliggers eerst passeren. Rijd pas door als de doorgang vrij is.
RVV F5
Voorrang op tegemoetkomend verkeer
Bij een versmalling mag jij als eerste door en moeten tegenliggers wachten. Rijd toch rustig, want niet iedereen houdt zich eraan.
RVV F6
Geboden en verboden 24
Voertuigen, ruiters en vee mogen deze weg in geen enkele richting in. Een onderbord kan een uitzondering noemen, zoals voor bestemmingsverkeer.
RVV C1
Eenrichtingsweg; in deze richting gesloten
Je mag de weg vanaf deze kant niet inrijden. Vanaf de andere kant mag het wel, en een onderbord kan bijvoorbeeld fietsers uitzonderen.
RVV C2
Gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen
Auto's en andere motorvoertuigen met meer dan twee wielen mogen hier niet in. Met een motor of een bromfiets op twee wielen mag je wel door.
RVV C6
Gesloten voor ruiters, vee, wagens en langzame voertuigen
Fietsers, snorfietsers, bromfietsers, brommobielen, trekkers, ruiters en vee mogen hier niet in. Met een auto of motor mag je wel door.
RVV C9
Gesloten voor motorvoertuigen met aanhangwagen
Met een motorvoertuig met een aanhangwagen erachter mag je hier niet in. Zonder aanhangwagen mag je wel door.
RVV C10
Met een motor mag je hier niet in. Voor auto's, bromfietsen en fietsen geldt dit bord niet.
RVV C11
Gesloten voor alle motorvoertuigen
Auto's, motoren en andere motorvoertuigen mogen hier niet in. Bromfietsen en snorfietsen zijn volgens de verkeersregels geen motorvoertuigen, dus die mogen er net als fietsers wel in.
RVV C12
Fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor mogen hier niet in. Voor bromfietsen, snorfietsen en auto's geldt dit bord niet.
RVV C14
Gesloten voor fietsen en bromfietsen
Fietsers, snorfietsers, bromfietsers en gehandicaptenvoertuigen mogen deze weg niet in. Je ziet dit bord vaak bij drukke wegen voor snel verkeer.
RVV C15
Voetgangers mogen hier niet lopen. Voor bestuurders van voertuigen geldt dit bord niet.
RVV C16
Inhaalverbod voor motorvoertuigen
Met een motorvoertuig mag je hier geen andere motorvoertuigen inhalen, zoals auto's en motoren. Een fietser inhalen mag wel, als het veilig kan.
RVV F1
Einde inhaalverbod voor motorvoertuigen
Het inhaalverbod stopt hier. Je mag weer inhalen, maar alleen als je genoeg zicht en ruimte hebt.
RVV F2
Alle verboden die eerder met borden zijn aangegeven, zoals een inhaalverbod, stoppen hier. De algemene verkeersregels blijven gewoon gelden.
RVV F8
Einde van alle verboden op elektronische signaleringsborden
Alle verboden die de elektronische borden boven de rijstroken aangaven, zoals een tijdelijke snelheidsgrens, stoppen hier. Houd je daarna weer aan de gewone borden.
RVV F9
Je moet hier stoppen, bijvoorbeeld bij een controlepost of tolplaats. Een onderbord vertelt vaak voor wie het geldt en waarom.
RVV F10
Dit pad is alleen voor voetgangers. Met een fiets, snorfiets, bromfiets of ander voertuig mag je er niet op.
RVV G7
Hier eindigt het voetpad. Kijk goed waar voetgangers daarna lopen, want ze kunnen op de weg komen.
RVV G8
Hier eindigt het ruiterpad. Reken erop dat ruiters hier de weg op kunnen komen.
RVV G10
Fietsers moeten dit pad gebruiken, en snorfietsers mogen er ook rijden als geen onderbord dat verbiedt. Met een bromfiets of auto mag je er niet op.
RVV G11
Hier eindigt het verplichte fietspad. Fietsers en snorfietsers rijden daarna verder op de rijbaan of een ander pad.
RVV G12
Fietsers, snorfietsers en bromfietsers moeten dit pad gebruiken. Met een bromfiets rijd je hier binnen de bebouwde kom maximaal 30 km/u en daarbuiten maximaal 40 km/u.
RVV G12a
Hier eindigt het fiets/bromfietspad. Met een bromfiets rijd je daarna meestal verder op de rijbaan.
RVV G12b
Rijrichting 10
Je rijdt op een weg waar het verkeer maar in één richting mag rijden: die van de pijl. Een onderbord kan fietsers of bromfietsers toestaan in beide richtingen.
RVV C3
De weg die je nadert is een eenrichtingsweg in de richting van de pijl. Je mag die weg dus alleen in die richting inrijden.
RVV C4
Je mag deze weg inrijden. Er kan verkeer uit twee richtingen komen, dus reken op tegenliggers.
RVV C5
Rotonde; verplichte rijrichting
Je rijdt de rotonde rond in de richting van de pijlen, dus tegen de klok in. Staat dit bord samen met haaientanden en bord B6, dan heeft het verkeer op de rotonde voorrang.
RVV D1
Verplicht passeren aan de aangegeven zijde
Je moet het bord voorbijrijden aan de kant waar de pijl naar wijst. Je ziet het vaak op een vluchtheuvel of middenberm.
RVV D2
Bord mag aan beide zijden worden voorbijgegaan
Je mag links of rechts langs dit bord rijden. Beide kanten komen op dezelfde weg uit.
RVV D3
Je moet de richting van de pijl volgen. Afslaan of een andere kant op rijden mag hier niet.
RVV D4
Je moet de richting van de pijl volgen, bijvoorbeeld de bocht naar rechts. Een andere richting kiezen mag niet.
RVV D5
Je moet een van de richtingen volgen die de pijlen aangeven, bijvoorbeeld rechtdoor of rechtsaf. De richting zonder pijl is verboden.
RVV D6
Je moet een van de richtingen volgen die de pijlen aangeven, hier links of rechts. Rechtdoor rijden mag niet.
RVV D7
Parkeren en stilstaan 6
Je mag hier niet parkeren. Even stilstaan om iemand te laten in- of uitstappen of om direct te laden en lossen mag wel.
RVV E1
Je mag hier helemaal niet stilstaan, ook niet even om iemand te laten in- of uitstappen. Wachten voor een verkeerslicht of in een file mag natuurlijk wel.
RVV E2
Verbod fietsen en bromfietsen te plaatsen
Je mag hier geen fietsen, snorfietsen of bromfietsen neerzetten. Zoek een plek waar dat wel mag, zoals een fietsenstalling.
RVV E3
Hier mag je parkeren. Een onderbord kan extra regels geven, zoals een maximale parkeertijd of betaald parkeren.
RVV E4
Parkeergelegenheid voor de aangegeven voertuigcategorie
Je mag hier alleen parkeren met het soort voertuig dat op het bord staat, bijvoorbeeld alleen motoren of alleen elektrische auto's die laden.
RVV E8
Parkeergelegenheid alleen voor vergunninghouders
Hier mag je alleen parkeren als je een parkeervergunning voor dit gebied hebt. Zonder vergunning riskeer je een boete.
RVV E9
Informatieborden 14
Vanaf hier rijd je op een autosnelweg. Alleen motorvoertuigen die minstens 60 km/u kunnen en mogen rijden zijn toegestaan, en keren of stoppen op de rijbaan is verboden.
RVV G1
Hier eindigt de autosnelweg en gelden de speciale snelwegregels niet meer. Let op de borden voor de nieuwe maximumsnelheid.
RVV G2
Vanaf hier rijd je op een autoweg. Net als op de snelweg zijn alleen snelle motorvoertuigen toegestaan, en de maximumsnelheid is 100 km/u tenzij borden iets anders aangeven.
RVV G3
Hier eindigt de autoweg en gelden de speciale regels niet meer. Reken weer op langzaam verkeer zoals trekkers en fietsers.
RVV G4
Je rijdt een erf in, zoals een woonerf. Je rijdt stapvoets, voetgangers en spelende kinderen mogen de hele weg gebruiken en parkeren mag alleen op aangegeven plekken.
RVV G5
Hier eindigt het erf. Als je het erf verlaat, moet je al het verkeer op de weg die je oprijdt voor laten gaan.
RVV G6
Fietsers mogen dit pad gebruiken, maar ze mogen ook op de rijbaan rijden. Met een bromfiets mag je hier niet rijden.
RVV G13
Hier eindigt het onverplichte fietspad. Reken erop dat fietsers hierna op de rijbaan rijden.
RVV G14
Je rijdt de bebouwde kom in. De algemene maximumsnelheid is hier 50 km/u, tenzij borden iets anders aangeven, en je kunt meer overstekers en fietsers verwachten.
RVV H1
Je verlaat de bebouwde kom. Voor auto's en motoren geldt buiten de bebouwde kom een algemene maximumsnelheid van 80 km/u, tenzij borden iets anders aangeven.
RVV H2
Dit bord laat zien waar het zebrapad ligt. Voetgangers die daar willen oversteken, laat je voorgaan.
RVV L2
Deze weg loopt dood. Soms kunnen fietsers en voetgangers wel verder; dat staat dan op het bord.
RVV L8
Vooraanduiding doodlopende weg
De weg die je hier kunt inslaan loopt dood. Rijd er alleen in als je daar moet zijn.
RVV L9
Er komt een tunnel; vaak staat de lengte op het bord. Houd genoeg afstand, stop niet in de tunnel en volg de signalen en borden die daar staan.
RVV L13